Gestoofde witlof (2 personen)
8 stronken witlof
boter
peper
zout
nootmuskaat
eventueel: 8 plakjes Parma-ham
oude Goudse of Parmezaanse kaas
We zijn dol op seks, heus, maar niet in onze keuken. Noem ons preuts, maar we vinden het geen fris idee om schnitzels te paneren op hetzelfde aanrecht waar een uur geleden mensen met hun blote… nou ja, details overbodig. Staafmixers in de keuken en vibrators in de slaapkamer, is ons devies. Helaas is nog altijd driekwart van de wereldbevolking ervan overtuigd dat elke oester je orgasme een oppepper geeft (‘Casanova at er vijftig per dag!’) en het andere kwart denkt dat je knoeperharde erekties krijgt van gemalen neushoornhoorn. Zucht. De komende lentemaanden zullen we ongetwijfeld ook ad absurdum het verhaal moeten aanhoren over de veelzeggende vorm van de asperge.
De eerste hitsige verhalen over eten en seks hoorden we van tante Jacqueline, een regelmatige keukengast bij ons thuis. Tante Jacqueline was ooit getrouwd met neef Jacob, maar na vier kinderen vond ze het mooi geweest en zette Jacob en de kinderen de deur uit. Voortaan ging ze als Jacqui door het leven. Als tante Jacqui onze keuken binnenzeilde dook mijn vader de kelder in om ‘even een lekkere fles wijn te pakken’, om pas een uur later weer op te duiken. Mijn zusjes en ik zaten daarentegen met rode oren aan tafel, want tante Jacqui wist de meest fascinerende dingen die mijn moeder om de een of andere reden niet wist. ‘Zit jij lekker veterdrop te snoepen, heerlijk joch? Wist jij dat drop de bloedtoevoer naar de seksuele organen versterkt?’
‘Jacqui,’ zuchtte mijn moeder.
‘Ik zal je een keer mijn Kama Sutra lenen.’
‘Jacqueline!’ beet mijn moeder.
‘Wat is er nou?’ vroeg tante Jacqui, met een onschuldige blik vanonder haar enorme berimmelde wimpers.
‘Laat die jongen met rust.’
Tante Jacqui haalde haar beringde hand van mijn dij. Ze knipoogde en zei: ‘Je moet maar weer eens een keertje bij je ouwe tante komen logeren.’
Die avond aten we witlof.
Mijn moeder had een brede ondiepe braadpan van Le Creuset met een dikke bodem die ze insmeerde met boter (een ovenschaal is ook goed). Daarop legde ze de gehalveerde stronken witlof, met de platte kant naar beneden. Op elke stronk ging een kluitje boter, zout, ferm peper en een beetje versgeraspte nootmuskaat. Soms raspte ze er wat oude kaas overheen. Eind jaren zeventig kreeg de witlof ook nog gezelschap van Parma-ham, die ze over de stronkjes vleide vóór de kaas.
De pan zette ze ongeveer veertig minuten in een hete oven (180 graden) met het deksel erop, maar het kon ook langer. Mijn vader hield van stevige lof en wij hielden van zoet. Hoe langer het stoofde hoe zoeter het werd. Mijn tante Jacqui was overigens al ver daarvoor gevlucht voor de lucht van lof.
Adriaan Jaeggi
terug