Rails
april 2007
Andermans vragen aan…
Adriaan Jaeggi
Elke vraag is al een keer gesteld. Rails selecteerde honderden vragen uit talloze interviews en enquêtes uit het verleden. We kozen er vijf uit en legden ze voor aan schrijver, dichter, columnist en trombonist Adriaan Jaeggi (44).
— Hoe kom je aan die naam? (Larry King aan Madonna, voor CNN, 1999)
‘Mijn voorvaderen zijn Zwitsers; daar is het zoiets als Jansen, een doodgewone naam. Ik heb altijd verteld dat de Jaeggi’s ooit met een heel regiment huzaren van Willem III vanuit Zwitserland naar Nederland waren gekomen. Maar laatst probeerde ik eens uit te zoeken hoe het nou echt zit, en nu blijkt er in de hele Nederlandse geschiedenis niet één Zwitserse huzaar te vinden die hier is blijven hangen, laat staan eentje met de naam Jaeggi. Dus er zit niks anders op dan een nieuw verhaal te verzinnen…’
— Mensen zien Ringo als de clown, George als de mysticus en John als de rebel. Hoe zou men jou kunnen zien? (David Frost aan Paul McCartney, voor BBC Television, 1967)
‘Als de ongrijpbare. Dat klinkt wat pretentieus, maar als je aan mensen wilt uitleggen wat je precies doet en dat blijkt dan, zoals bij mij, meer dan één ding te zijn — schrijven, dichten, muziek maken, een kookrubriek vullen — weten ze niet meer waar het handvat zit waarmee ze je vast kunnen pakken. Dan word je een beetje glibberig. Terwijl het voor mij gewoon allemaal onderdelen van een groter geheel zijn. Bij mij werkt het zo: als ik lekker heb gegeten, wil ik weten hoe je dat klaarmaakt. Als ik goede muziek hoor, wil ik zelf ook goede muziek te maken. Hetzelfde geldt voor lezen en schrijven. Dat lijkt misschien veel, maar er zitten 24 uur in een dag en er is voor alles een tijd.’
— Hoe is het om de beste kok van de wereld te zijn? (Stuart Jeffries aan chef—kok Ferran Adrià, voor Guardian Unlimited, 2006)
‘Nou, dat is geen pretje! Ik hou veel van koken, maar als je het elke dag voor je broodwinning moet doen, is het niet leuk meer. Mijn kookliefde stamt uit mijn studententijd. Er werd toen bij ons in het huis ontzettend beroerd gekookt. Bij het afwassen heb ik eens onderin de pan boerenkool een enorm stuk plastic op de bodem aangetroffen, gewoon meegekookt met de aardappels. Het feit dat niemand dat geproefd had, heeft er zeker toe bijdragen dat ikzelf al snel een heerlijke pasta met champignons en blauwe kaas kon maken…’
— Bent u wel eens bang in de jungle? (Kathleen Cheesmond aan David Attenborough, voor BBC Radio, 1976)
‘Ik ben er al heel lang niet meer geweest. Ik was ooit met een band uitgenodigd om op Borneo te komen spelen. Daar zijn we met een bootje de rivier opgegaan om een dorp van Iban, de plaatselijke indianen, te bezoeken. Dat was een van de meest indrukwekkende reizen die ik ooit gemaakt heb. Ze wonen daar langs de rivier in een longhouse, zo’n huis op palen, met veel kamertjes voor de gezinnen en een gemeenschappelijke ruimte. En beneden liepen de varkens. Een gezellige teringzooi, volgens westerse begrippen. Je komt nergens zo’n grote gastvrijheid en levensblijheid tegen als daar. Dus nee, ik was er niet bang; ja, om op een slang te trappen, maar dat is iedereen daar.’
— Is het oeuvre nu voltooid? (Piet Piryns aan Jeroen Brouwers, in 2000, in Knack)
‘Ha, ik ben net begonnen! Edele dieren is m’n derde roman, en mijn zevende boek. Ik heb inmiddels drie hoofdstukken af van mijn volgende roman, er komt een bundel Amsterdamse stadsgedichten, verder heb ik plannen voor tenminste twee andere dichtbundels en drie romans. Als dat allemaal geschreven is ga ik misschien eens kijken wat voor oeuvre het geworden is. Ik vind het een fijn beroep, schrijven. Ik hoef niet te ploeteren om iets op de juiste manier onder woorden te brengen. En ik kan ervan leven, dus wat wil je als schrijver nog meer?’
Onlangs verscheen van Adriaan Jaeggi Edele dieren, een roman over het verloren paradijs, toerisme en de smalle grens die ons scheidt van chaos en verlies. Nieuw Amsterdam Uitgevers, prijs: 17,50