Zomer

De kinderen wilden met de
opblaaskrokodil spelen. 'Geen sprake van,'
riep je, 'dat beest ligt diep begraven
in het schuurtje, kost uren om te vinden en bovendien:
Het is nog lang geen zomer.'
Rond het middaguur
kroop je eindelijk uit de schuur
tevoorschijn, kop vol spinrag
maar je had die gezichtjes moeten zien.

Kwartier later waren ze uitgespeeld.
Krokodil ligt sindsdien in de gang,
In de keuken, in de badkamer, onder mijn bureau,
bij de voordeur. Als je 's avonds thuiskomt
moet je duwen om erin te mogen.

Hebben geprobeerd hem aan de kapstok te hangen,
lukte niet. Laten hem nu maar liggen.
Er ontsnapt lucht aan hem
hij wordt steeds slapper
en we struikelen elke dag wel een keertje over hem,
maar ach, je raakt aan zo'n beest gehecht en bovendien,
het is bijna zomer.

terug