Gods eigendom
We hakten hout in een jong land,
kerfden koppen in de rotsen,
speelden de bloedblues onder een moerasmaan
smolten een continent. En God zegende ons.
Hier werd naar oorlog geboord, vloog de kraai
over platgebrand land met zijn eigen rantsoenen
Hier brak betovergroot achter huifkar, wierpen
we wallen van paarden op en wachtten
op het wit van hun ogen. En God zegende ons.
Hier ontloken we jong in een blokhut van plastic,
als Walt the Lone Ranger en Steven zijn paard,
die slaven bevrijden om de beurt
Maar Richmond viel,
Stoneman’s cavalerie kwam te laat
In de winter van ’65, de klokken luidden
en in heel het Zuiden
zag men dorpen branden. God zegende ons.
We zongen
naaa na na na na naaa
nana nana nana nana na
in dit land te groot voor God’s handen
(Dit gedicht werd geschreven voor het Boekenweeknummer 2006 van het literaire
tijdschrift Bunker Hill. Opdracht: laat je inspireren door een popnummer.
In mijn geval werd dat: The night they drove old Dixie down van The Band,
by J.R.Robertson. Album: The Band © 1970 Canaan Music, Inc.)
